Share

AHDB Beef & Lamb

AHDB Beef & Lamb is onderdeel van de ‘Agriculture and Horticulture Development Board”, opgericht om de duurzaamheid en winstgevendheid van de Engelse rund- en lamsvleessector te verbeteren. AHDB bestaat uit meerdere Britse organisaties, betaald door de sector zelf via heffingen. Voor Brits rund- en lamsvlees is dit AHDB Beef & Lamb. AHDB Beef & Lamb heeft tot doel het verbeteren van de efficiency in de waardeketen van boer tot afnemer en het toevoegen van waarde in de sector. Green Seed Nederland is de officiële vertegenwoordiger van AHDB Beef & Lamb in Nederland. Voor meer informatie: beefandlamb.ahdb.org.uk

Quality Standard Beef 

Gegarandeerd kwaliteitsvlees

Onderscheidende smaken, dat is waar het vandaag de dag om draait. De rundvee- en schapenhouderijen in Engeland doen er alles aan om de unieke, onderscheidende smaak van de beroemde Engelse runderrassen te waarborgen. Wanneer spreken we nu echt van een kwaliteitsproduct? Dankzij de kwaliteitsstandaard “Quality Standard Beef” garanderen zij dat de runderen zijn opgegroeid in een natuurlijke omgeving, ruime grasweiden in de Engelse landschappen. Meer informatie is hier te vinden.

Verkleinen van CO₂-footprint

De Engelse rundveesector heeft de afgelopen decennia de uitstoot van broeikasgassen met 9,4% verminderd. De productieketens hebben echter nog een lange weg te gaan, in de UK Climate Change Act van 2008 is het doel gesteld om het percentage broeikasgassen in 2050 te hebben verminderd met 80% ten opzichte van 1990. Voor het onderzoek werden de 8 belangrijkste factoren die de uitstoot van broeikasgassen beïnvloeden in kaart gebracht met behulp van een hiervoor ontwikkelde CO₂-calculator.

Conygree Farm

De Cotswolds, paar uurtjes van Londen, is Engeland zoals je je Engeland voorstelt: prachtige heuvels, gras dat niet veel groener kan worden en schilderachtige dorpjes. Een gebied waar hard wordt gewerkt. ‘Onze buren verbouwen massa’s maïs en graan, iets verderop staat een groot melkveebedrijf met koeien die bijna nooit buiten komen en veel buren houden vleesrunderen op commerciële schaal. Wij doen het hier net even anders.’ Aan het woord is Jonathan Bruynee, pachter van Conygree Farm, of liever landhouder.

gezin

‘We prijzen onszelf gelukkig dat we een iets andere positie hebben. Dankzij ons contract met The National Trust kunnen we boeren zoals wij het willen, zoals wij denken dat het hoort. We voelen ons eigenlijk meer landhouder dan veehouder. Het gaat mijn vrouw Mel en mij niet alleen om productie, we willen een omgeving creëren die goed is voor onszelf en ons eigen vee, maar ook voor de weidevogels, insecten, wilde bloemen – kortom de hele flora en fauna. We hebben bijvoorbeeld prachtig natuurlijk grasland met wilde orchideeën. Dat zie je niet overal.’

‘We runnen wel een moderne boerderij, alleen is het allemaal wat minder intensief. Neem bijvoorbeeld onze runderen; bij ons lopen wat kleinere, originele Herefords. Wereldwijd zijn er nog maar 900 van deze koeien. Ze staan het hele jaar buiten; dat hoef je niet met elk ras te proberen. Onze koeien grazen op
betrekkelijk arme grond, maar hebben ook weinig nodig, ze eten bijna alleen maar gras en vertrappen de wei niet. De bescheiden kudde wordt af en toe uitgedund, die koeien brengen we naar de slacht. Door de extensieve manier van veeteelt zijn we minder milieubelastend. Dankzij het natuurlijke dieet en het feit dat we het vlees 28 dagen laten afhangen heeft het vlees een unieke smaak. We hebben laatst zelfs een prijs gewonnen. De jury vond het vlees een intense, diepe smaak hebben die lang blijft hangen.’

links

Huntsham Court Farm

‘Er was een beslissend moment in mijn carrière als veehouder. Toen ik begon, lette ik vooral op de kwantiteit en efficiency van de vleesproductie. Ik reisde de hele wereld af en was erg onder de indruk van het werk van de Amerikaanse boeren. Toen ik de boerderij overnam, die intussen al meer dan 400 jaar in de familie was, werd mijn ambitie om zo goed en vooral zo veel mogelijk vlees te produceren. En dat ging uitstekend; ik mag wel zeggen dat ik best tevreden was over mezelf. Maar toen ik het abattoir eens vroeg of ze wat van het vlees van mijn superkoeien wilden achterhouden om te proeven, bleef het net iets te lang stil aan de andere kant van de lijn. ”Richard, dat vlees is voor de handel, voor de supermarkten. Dat wil je zelf toch niet eten?”

man

Richard Vaughan, eigenaar van Huntsham Court Farm, grijnst. Maar wel een beetje als de spreekwoordelijke boer met kiespijn. ‘Het abattoir hield wat rundvlees voor me apart. Heerlijk was het. Maar het kwam wel van een andere boer. Toen besloot ik alleen nog voor kwaliteit te gaan.’ Dat is gelukt. Hij heeft zich toegelegd op Longhorns, een superieur vleesras. Daarnaast houdt hij varkens en schapen.

‘We kopen hoge kwaliteit Longhorns, geven ze heel goed te eten, zorgen dat ze een prettig leven hebben en slachten ze pas als er voldoende vlees op de botten zit. Na het slachten laten we het vlees extreem lang rijpen, tot wel 5 weken, in de koelcel met een constante luchtcirculatie. Het abattoir heeft zelfs een speciale ruimte voor me ingericht. Door de constante koude lucht blijft het vlees kurkdroog. Tijdens dit rijpen verlies je wel veel gewicht, dus dat kost geld, maar daar krijg je ongelooflijk veel smaak voor terug.’

Dat Richard terecht trots is op zijn vlees, blijkt onder meer uit het enthousiasme van Heston Blumenthal. De kok van het met drie Michelinsterren beloonde restaurant The Fat Duck stroopte het hele land af op zoek naar het in zijn ogen beste vlees. Het vlees van de Huntsham Court Farm kwam veruit als beste uit de bus. Richard rules.

rechts